Conservatorium       AHK home english

Algemene muziekleer

 

TOONLADDERS 

1) Noteer de gevraagde toonladders. De voortekens kunnen voor de noten worden gezet, of als vaste voortekens bij de sleutel
D majeur (vioolsleutel)
f mineur, melodisch stijgend en dalend (bassleutel)
cis mineur, harmonisch (vioolssleutel)


2) Geef de voortekens bij de noten en/of als vaste voortekens bij de sleutel.
g is de derde toon van een majeurladder (bassleutel)
fis is de vijfde toon van mineur harmonisch (vioolsleutel)
as is de zesde toon van melodisch dalend (bassleutel)


3) Noem bij elke opgave de majeur- of mineurtoonladder, waarin de gegeven reeks tonen thuishoort.


INTERVALLEN 

4) Noteer de gevraagde intervallen.
 a)   b)   c)   d) 
grote terts OP de gegeven noot verminderde septime ONDER de gegeven noot kleine sext OP de gegeven noot reine kwint ONDER de gegeven noot


5) Benoem de gegeven intervallen.
 a)  b)


6) Noteer de/een consonante oplossing van de gegeven dissonante intervallen.
 a)   b)   c) 

 



DRIEKLANKEN 

7) Noteer de gevraagde drieklanken.
 a)   b)   c)   d) 
  majeurdrieklank in 4\6-ligging OP de gegeven noot    verminderde drieklank in 6-liggin ONDER de gegeven noot   overmatige drieklank in grondligging OP de gegeven noot   kleine drieklank in 4\6-ligging ONDER de gegeven noot


8) Benoem soort en ligging van de volgende drieklanken.
 a)   b)   c) 


9) In welke toonladders (majeur en mineur) komen de volgende drieklanken voor? Welke trappen vormen ze dan? (Gebruik alleen voor V en VII harmonisch mineur)
 a) 

 b) 



DOMINANT 7-AKKOORD

10) Noteer het dominant-septiemakkoord in de gevraagde ligging.
 a)   b)   c) 


11) Noteer de gevraagde dominant-septiemakkoorden in de gevraagde toonsoorten.

 
 
a)  b)  c) 
  5\6-ligging
in de toonsoort A majeur
  3\4-ligging
in de toonsoort b mineur
  2-ligging
in de toonsoort Des majeur


12) Benoem de ligging van de volgende dominant-septiemakkoorden en geef de toonsoort waarin ze voorkomen.
 a)

 b)



MELODIEANALYSE 

13) In het volgende literatuurfragment is de vaste voortekening direct voor de noten geplaatst. Bepaal de toonsoort.
R. Strauss "Nichts" 


14) Welk akkoord wordt in de onderstaande melodie gevormd door de omcirkelde noten? In welke ligging?.
R. Strauss "Die Nacht"


15) Vul de maatsoort in bij de onderstaande melodie.


RITME 

16) Noteer het onderstaande ritme zodanig (door de noten te groeperen) dat de maatsoort in een oogopslag duidelijk wordt.


17) In het onderstaande ritme zijn in totaal twee noten weggelaten. Vul ze in.


AKKOORDEN 


 
18) Benoem soort en ligging van de gemarkeerde akkoorden.



 
19) Noteer de volgende akkoorden (trappen).
 a)   b) 
  In de toonsoort bes klein: IV in 6-ligging In de toonsoort E groot: III in 4\6-ligging



 
20) De overmatige drieklank c-e-gis kan op 2 manieren worden geënharmoniseerd, waarbij het type drieklank gelijk blijft maar de ligging verandert. Geef de andere 2 enharmonisaties en bepaal tevens de toonladders waarin de akkoorden te vinden zijn.